Niet als een cadeau.
Maar als iets dat nooit van haar had moeten zijn.
“En Antoine?” vroeg ze langzaam. “Wat heeft hij hiermee te maken?”
Chloé aarzelde.
Te lang.
“Chloé.”
“Hij kende haar,” gaf ze toe. “Iedereen kende haar. Maar toen ze verdween… verdween hij ook een tijdje. Zaken in het buitenland, zei hij.”
Camille’s hart sloeg sneller.
“En Genève?” fluisterde ze. “Deze jurk… hij heeft hem daar gekocht.”
Chloé schudde haar hoofd, haar ogen vol angst.
“Of teruggekregen.”
De woorden sneden door de kamer.
—
Op dat moment klonk er een geluid.
Een zacht… bijna onmerkbaar klikje.
Beiden draaiden zich tegelijk om.
De voordeur.
Langzaam.
Heel langzaam…
werd de klink naar beneden gedrukt.
Camille’s adem stokte.
“Verwacht je iemand?” fluisterde Chloé.
Camille schudde haar hoofd.
De deur ging een paar centimeter open.
En bleef toen staan.
Alsof iemand… luisterde.
Hun blikken gleden langzaam terug naar de jurk op de vloer.
En ineens…
leek het groen donkerder.
Alsof het licht het niet meer raakte.
Of alsof iets anders…
het had opgeëist.