Beiden staarden ze ernaar.
De smaragdgroene zijde lag perfect stil.
Te stil.
—
“Je gaat me nu uitleggen wat er aan de hand is,” zei Camille, haar stem laag maar vast.
Chloé zat op de rand van de bank, haar armen om zichzelf heen geslagen.
Ze keek naar de jurk… maar durfde niet dichterbij te komen.
“Die initialen…” fluisterde Camille. “V.M. Wie is dat?”
Een lange stilte.
Toen, bijna onhoorbaar:
“Valentin Moreau.”
De naam bleef in de lucht hangen.
Camille fronste. “Wie is dat?”
Chloé sloot haar ogen even, alsof ze spijt had dat ze het had uitgesproken.
“Hij… was iemand die Antoine kende. Lang geleden. Nog voor jou.”
“Een vriend?”
Chloé lachte schamper. “Nee. Niemand noemde hem een vriend.”
Camille voelde haar maag samentrekken.
“Wat bedoel je?”
Chloé keek haar nu recht aan.
“Hij was geobsedeerd,” zei ze. “Met dingen bezitten. Mensen ook.”
Een koude stilte volgde.
Camille keek opnieuw naar de jurk op de grond.
“En deze jurk…?”
“Is van haar geweest,” zei Chloé.
“Van wie?”
Chloé slikte.
“Van de vrouw die verdwenen is.”
Camille verstijfde.
“Verdwenen?”
Chloé knikte langzaam.
“Jaren geleden. Ze zat in dezelfde kringen. Exclusieve diners… privé-evenementen… mensen met geld en geheimen.” Haar stem trilde. “Ze droeg vaak groen. Dat was haar kleur.”
Camille keek naar de jurk alsof ze hem voor het eerst zag……………