Een naam.
Geen opgeslagen contact.
Alleen een nummer.
Maar de berichten…
waren genoeg.
“Alles is klaar.”
“Ze weet niets.”
“We doen het daar, zoals afgesproken.”
Mijn adem stokte.
Verder naar beneden.
Foto’s.
Van het hotel.
Van de kamer.
En dan…
een bericht dat alles veranderde.
“Zorg dat ze de papieren tekent voordat we vertrekken.”
Papieren?
Welke papieren?
Mijn handen begonnen te beven.
Ik zocht verder.
Een scan.
Een document.
Mijn naam.
Zijn naam.
En woorden die mijn bloed deden bevriezen.
Volmacht.
Volledige toegang tot mijn rekeningen.
Mijn bezittingen.
Alles.
—
Ik liet de telefoon langzaam zakken.
Mijn grootmoeder had gelijk gehad.
Niet over magie.
Maar over gevaar.
—
De volgende ochtend glimlachte ik weer.
“Wanneer vertrekken we?” vroeg ik.
“Vanmiddag,” zei hij.
Perfect.
—
Maar ik had mijn eigen plan.
Voor we vertrokken, zei ik dat ik “even iets moest regelen op het werk”.
In werkelijkheid ging ik naar mijn bank.
Ik blokkeerde alles.
Rekeningen.
Toegang.
Handtekeningen.
Alles wat hij dacht te krijgen…
bestond niet meer.
Daarna ging ik naar een advocaat.
Ik liet het document bekijken.
Zijn blik werd ernstig.
“Als u dit had getekend,” zei hij, “had u alles kunnen verliezen.”
Alles.
—
Toen ik thuis kwam, stond Marc al klaar met de koffers.
“Ben je klaar?” vroeg hij.
Ik keek hem aan.
Rustig.
Helder.
“Ja,” zei ik.
“Maar niet om met jou te gaan.”
Zijn gezicht veranderde.
“Wat bedoel je?”
Ik legde het document op tafel.
Zijn document………………