Hélène trilde nog steeds toen ze het zei.
“Ze bleef in de schaduw… maar haar stem… Claire, het leek echt op die van jou.”
Claire voelde een koude rilling over haar rug lopen.
Ze keek naar het onbekende kindje in het campingbedje.
Zo klein.
Zo rustig.
Alsof ze geen idee had dat haar aanwezigheid een hele werkelijkheid aan het breken was.
Romy bewoog zachtjes in haar armen, alsof ze de spanning voelde.
“Heb je de deur helemaal geopend?” vroeg Claire zacht.
Hélène knikte langzaam.
“Ik dacht dat jij het was… Ik heb niet eens het licht goed aangedaan. Ze gaf me het kind… en liep meteen weg.”
“Heb je haar gezicht gezien?”
“…Nee.”
De stilte die volgde was zwaar.
Niet alleen van angst.
Maar van besef.
Dit was geen vergissing.
Iemand had dit gepland.
Claire legde Romy voorzichtig in haar draagwieg naast de bank en liep naar het onbekende baby’tje.
Ze knielde neer.
Haar hart bonsde.
Voorzichtig tilde ze het dekentje een beetje op.
De baby ademde rustig.
Gezond, op het eerste gezicht.
Geen zichtbare verwondingen.
Maar toen zag ze het.
Een klein, gevouwen papiertje, half verstopt onder het dekentje.
Claire verstijfde.
“Hé… mama…”
Hélène kwam dichterbij.
Claire pakte het briefje met trillende vingers en vouwde het open.
Er stond maar één zin.
“Ze heet Amira. Bescherm haar. Ze zoeken ons.”
De woorden leken de kamer kouder te maken.
“Ze zoeken ons…” fluisterde Hélène.
Claire voelde haar maag samentrekken.
“Dit is niet zomaar iemand die haar kind achterlaat,” zei ze. “Dit is iemand die vlucht.”
Romy begon zacht te jammeren.
Alsof ze protesteerde tegen de spanning in de lucht.
Claire draaide zich om, pakte haar snel op en wiegde haar tegen zich aan…………….