Hij stapte naar binnen.
Kijkend om zich heen.
Alsof hij iets miste.
Of iemand.
“Waar is mama?” vroeg hij automatisch.
Daria keek hem aan.
Langzaam.
“Niet hier,” zei ze.
Hij knikte.
En ging zitten.
“Ik heb nagedacht,” begon hij.
Daria zei niets.
Ze wachtte.
“Ik wist niet dat het zo ver zou gaan,” zei hij.
“Ik dacht… dat het gewoon tijdelijk was.”
“Respect is nooit tijdelijk,” zei Daria rustig.
Hij keek haar aan.
“Je had me kunnen waarschuwen.”
Ze glimlachte flauwtjes.
“Ik heb het twee jaar gedaan.”
Die woorden raakten hem.
Dat zag ze.
“Ik heb fouten gemaakt,” gaf hij toe.
“Maar… ik wil het herstellen.”
Daria stond op.
Liep langzaam naar het raam.
Kijkend naar buiten.
“Herstellen begint niet met woorden,” zei ze.
“Maar met keuzes.”
Hij stond ook op.
“Wat wil je dat ik doe?”
Ze draaide zich naar hem om.
Haar blik helder.
“Niet kiezen tussen mij en je moeder,” zei ze.
“Maar kiezen voor wat juist is.”
Hij slikte.
“En vandaag?” vroeg hij.
Daria keek hem aan.
Lang.
Rustig.
“Vandaag kies ik voor mijn kind,” zei ze.
“En voor mezelf.”
Hij knikte langzaam.
Niet overtuigd.
Maar… wakker.
Die avond ging hij weer weg.
Niet definitief.
Maar ook niet zeker.
En Daria?
Ze bleef.
In haar huis.
Met haar zoon.
Met haar rust.