De deur sloot zacht achter Maxim en zijn moeder.
Het geluid was niet hard.
Maar voor Daria voelde het alsof er iets definitiefs werd afgesloten.
Ze bleef een paar seconden staan, haar hand nog op de deurklink. Haar hart bonsde niet. Er was geen paniek. Alleen een vreemde, stille leegte.
Alyosha stond nog steeds in de gang, zijn kleine handen om de koffer geklemd die hij net had helpen inpakken.
“Mama…” zei hij zacht.
Daria draaide zich meteen om. Zijn stem haalde haar terug naar wat echt belangrijk was.
Ze liep naar hem toe en knielde neer, zodat ze op ooghoogte waren.
“Heb ik iets verkeerd gedaan?” vroeg hij, zijn ogen groot en onzeker.
Die vraag brak iets in haar — maar niet op een zwakke manier.
Op een beslissende manier.
“Nee, lieverd,” zei ze zacht terwijl ze zijn wangen in haar handen nam. “Je hebt helemaal niets verkeerd gedaan.”
“Maar oma Raya was boos…”
“Dat was haar keuze,” zei Daria rustig. “Niet jouw schuld.”
Hij keek haar nog even aan, alsof hij probeerde te begrijpen.
“Gaat papa terugkomen?” vroeg hij toen.
Daria zweeg even.
Niet omdat ze het antwoord niet wist.
Maar omdat ze eerlijk wilde zijn — zonder hem pijn te doen.
“Ik weet het niet,” zei ze uiteindelijk. “Maar wat er ook gebeurt… wij zijn samen. En dat is het belangrijkste.”
Alyosha knikte langzaam.
En toen omhelsde hij haar.
Strak.
Alsof hij haar niet meer wilde loslaten.
Die avond was anders.
Geen televisie die te hard stond.
Geen scherpe opmerkingen.
Geen spanning die als een onzichtbare mist in de lucht hing.
Alleen stilte.
Rustige, eerlijke stilte.
Daria maakte een simpele maaltijd — pasta met saus, niets bijzonders. Maar Alyosha at met meer eetlust dan in dagen.
Na het eten ruimden ze samen op.
“Mag ik weer in mijn kamer slapen?” vroeg hij voorzichtig…………..