« En het ergste is dat ik het vaak zag gebeuren. »
Mijn hart kneep samen.
« Waarom stopte je dan niet? »
Hij keek op.
Omdat ik gewend was geraakt aan jouw geduld. »
De woorden kwamen hard binnen.
Omdat ze waar waren.
Ik had jarenlang alles verdragen.
De opmerkingen.
De grappen.
De vernederingen vermomd als humor.
Langzaam was het normaal geworden.
Voor hem.
En misschien ook een beetje voor mij.
Hij slikte.
« Ik dacht dat je altijd zou blijven glimlachen. »
Ik keek uit het raam.
« Vanbinnen glimlachte ik al lang niet meer. »
Hij sloot zijn ogen.
Dat leek hem harder te raken dan alles wat David tijdens zijn toespraak had gezegd.
De dagen daarna gebeurde iets onverwachts.
Mijn man veranderde niet ineens.
Hij werd niet van de ene dag op de andere perfect.
Maar hij begon op te letten.
Echt op te letten.
Wanneer ik moe was.
Wanneer ik het warm had.
Wanneer ik een moeilijke dag had.
Voor het eerst stelde hij vragen.
Geen oppervlakkige vragen.
Echte vragen.
« Hoe voel je je vandaag? »
« Kan ik iets voor je doen? »
« Wil je erover praten? »
In het begin wist ik niet hoe ik moest reageren.
Ik was zo gewend geraakt aan spot dat aandacht vreemd voelde.
Toch bleef hij proberen.
Week na week.
Maand na maand.
Op een zaterdagmiddag zaten we samen in de tuin.
De zon scheen zacht tussen de bomen.
Hij schonk koffie in.
Toen zei hij iets wat ik nooit had verwacht.
« Ik heb David gesproken. »
Ik keek op.
« Oh? »
Hij knikte.
« Ik wilde boos op hem zijn. »
Ik moest bijna lachen………………