Maar één product stond er wél tussen.
Babyvoeding.
Mark keek naar de stockmanager.
“Hoeveel dozen zijn er verdwenen?”
De man bladerde nerveus door zijn tablet.
“Ongeveer dertig in zes weken.”
Mark keek naar Evelyn.
“Heb jij ooit babyvoeding uit onze voorraad meegenomen?”
“Nee.”
“Zeker weten?”
Evelyn keek hem recht aan.
“Mark, ik heb misschien weinig geld. Maar ik steel niet.”
Er viel een lange stilte.
Toen zei de jongste bakker:
“Wacht eens…”
Hij keek naar Mark.
“Er is iemand anders die toegang heeft tot de voorraadruimte.”
Iedereen draaide zich om.
“Wie?” vroeg Mark.
De jongen aarzelde.
“David.”
Mark verstijfde.
David was zijn voorraadmanager.
Hij werkte al bijna vijf jaar bij Sweet Haven.
“Dat is onmogelijk,” zei Mark.
“Waarom?” vroeg David vanuit de deuropening.
Niemand had hem horen binnenkomen.
Zijn gezicht was kalm.
Veel te kalm.
“Ik heb niets verkeerd gedaan.”
Mark keek hem aan.
“Dan heb je vast geen probleem met een volledige controle van de voorraad.”
David glimlachte.
“Doe wat je wilt.”
Maar toen Mark zijn telefoon pakte en de camerabeelden van die avond wilde openen, veranderde Davids gezicht.
Op het scherm verscheen de opslagruimte.
En daar stond David.
Alleen.
Met een kartonnen doos in zijn handen.
Mark spoelde de beelden terug.
David liep naar de achterdeur.
Hij zette de doos in zijn auto.
Daarna kwam hij terug alsof er niets was gebeurd.
Niemand sprak.
Mark keek naar David.
“Wat zat daarin?”
David antwoordde niet.
Evelyn keek naar de beelden en fluisterde:
“Dus daarom dacht je dat ik die dingen stal.”
Mark voelde zijn schuld nog zwaarder worden.
Hij liep naar Evelyn toe.
“Ik had je nooit zo mogen beschuldigen.”
Evelyn keek hem een paar seconden aan.
“Een verontschuldiging verandert niet wat er gebeurde.”
“Ik weet het.”
Mark keek naar de foto van Sarah en Lily.
“Maar misschien kan ik nog iets goedmaken.”
Evelyn zei niets.
Die avond bracht Mark haar niet naar de uitgang.
Hij hielp haar de koffer naar haar auto te dragen.
Maar voordat ze vertrok, stopte Evelyn.
“Mark?”
“Ja?”
“Er is nog iets wat je moet weten.”
Ze haalde de dikke map opnieuw tevoorschijn.
“Sarah heeft me gisteren verteld dat ze bang is.”
Mark fronste.
“Waarvoor?”
Evelyn keek naar de foto van haar kleindochter.
“Voor de vader van Lily.”
Op dat moment ging Marks telefoon.
Een onbekend nummer.
Hij nam op.
Een mannenstem zei slechts één zin:
“Blijf uit de buurt van die familie.”
Daarna werd de verbinding verbroken.
Mark keek langzaam naar Evelyn.
En voor het eerst begreep hij dat de verdwenen voorraad misschien maar een klein onderdeel was van een veel groter geheim.