De eerste seconde na zijn woorden voelde als een eeuwigheid.
Mariana trok zich abrupt terug, haar hart bonkte zo hard dat ze dacht dat het alarm zou afgaan. Haar handen trilden terwijl ze naar hem keek—echt keek—alsof haar ogen haar misschien voor de gek hielden.
Maar nee.
Hij was wakker.
Zijn borst bewoog anders nu, dieper, bewuster. Zijn blik was niet langer leeg, niet langer verloren in een eindeloze duisternis. Hij zag haar. Hij begreep dat ze daar was.
“Rustig… rustig,” fluisterde ze, meer tegen zichzelf dan tegen hem. Haar opleiding nam het langzaam over van haar paniek. “U bent veilig… u bent in het ziekenhuis…”
Zijn wenkbrauwen trokken licht samen. De verwarring in zijn ogen was intens, bijna pijnlijk om te zien.
“Ziekenhuis…?” herhaalde hij moeizaam, alsof elk woord door stroop moest.
Mariana sprong overeind en liep naar de monitor, controleerde zijn vitale functies, drukte op de knop om hulp te roepen. Haar vingers voelden koud en onhandig.
“Mijn naam is Mariana,” zei ze snel. “U heeft een ongeluk gehad. U bent… u bent een tijdje buiten bewustzijn geweest.”
“Hoe lang…?” Zijn stem brak halverwege.
Ze slikte.
“Twee jaar.”
De stilte die volgde was zwaarder dan alles daarvoor.
Zijn ogen sloten zich even, niet omdat hij terugviel in bewusteloosheid, maar alsof zijn geest probeerde te bevatten wat ze zojuist had gezegd. Twee jaar. Twee jaar die voor hem waarschijnlijk als één lange, zwarte leegte hadden gevoeld.
Toen opende hij ze weer.
En weer keek hij haar aan.
Dit keer anders.
Niet alleen verward.
Onderzoekend.
Alsof hij probeerde te begrijpen waarom zij daar was. Waarom haar gezicht het eerste was dat hij zag na twee verloren jaren.
Mariana voelde haar keel droog worden.
De kus.
Die ene seconde.
Had hij…?
Nee. Dat kon niet. Hij was net wakker. Hij kon onmogelijk—
“Was jij hier…?” vroeg hij zacht.
Ze knikte meteen, misschien iets te snel. “Ja. Ik ben uw nachtverpleegkundige. Ik zorg al een tijdje voor u.”
Dat was waar.
Alleen niet de hele waarheid.
Op dat moment ging de deur open en stroomden er voetstappen de kamer in—artsen, andere verpleegkundigen, plotselinge activiteit die de stilte verbrijzelde.
“Hij is wakker?” zei een van de artsen ongelovig.
Mariana deed een stap achteruit terwijl het team zich rond het bed verzamelde. Vragen werden gesteld, lampjes schenen in zijn ogen, instructies werden gegeven………………..