« Hoe? » vroeg Hazel.
Griffin stond al bij de lift.
« Je moeder en ik kenden elkaar heel goed. »
« Was je haar baas? »
« Nee. »
« Was je haar vriend? »
Hij zweeg.
« Lang geleden, » zei hij uiteindelijk.
Hazel keek naar haar zus.
Iris zat nog steeds naast Sloan op de vloer en hield haar hand vast.
« Griffin, » zei Hazel, « je klinkt alsof je verdrietig bent. »
Hij sloot even zijn ogen.
« Ik ben verrast. »
« Waarom? »
« Omdat ik dacht dat ik je moeder nooit meer zou zien. »
Hazel keek naar haar moeder………………..