« Waarvoor? »
« Ik heb u jarenlang verkeerd beoordeeld. Ik dacht dat u hier alleen maar zat omdat u nergens anders heen kon. Ik heb zelfs geprobeerd u weg te krijgen. »
Mara zuchtte niet. Ze werd ook niet boos.
« Veel mensen denken dat. »
Lejla voelde haar ogen vochtig worden.
« Waarom kwam u eigenlijk elke dag naar de school? »
Mara keek even naar een oude foto.
« Mijn dochter gaf vroeger les op die school. Mijn kleinzoon zat er ook op. Jaren geleden zijn ze allebei overleden door een ernstige ziekte. Sindsdien kom ik hier iedere dag. Niet uit verdriet, maar omdat het gelach van de kinderen mij eraan herinnert hoeveel geluk een gewone schooldag kan betekenen. »
Lejla wist niet wat ze moest zeggen.
Voor het eerst begreep ze waarom Mara altijd zo geduldig glimlachte naar ieder kind dat voorbijliep.
Terwijl ze verder praatten, zag Lejla tientallen gebreide mutsen, sjaals en truien netjes opgestapeld in een kast.
« Verkoopt u deze? »
Mara schudde haar hoofd.
« Nee. »
« Geeft u ze weg? »
« Ja. Iedere winter zijn er gezinnen die het moeilijk hebben. Sommige kinderen hebben geen warme jas of muts. Ik probeer hen een beetje te helpen. »
« Maar dat kost toch veel geld? »
Mara glimlachte opnieuw.
« Niet zoveel als je zou denken. Ik koop wol wanneer die in de aanbieding is. Soms brengen mensen restjes wol. Daar maak ik weer iets moois van. »
Lejla voelde zich steeds kleiner worden.
Ze had jarenlang gedacht dat rijkdom te zien was aan mooie auto’s, dure kleding en een groot huis.
Maar de rijkste persoon die ze ooit had ontmoet, woonde in dit eenvoudige huisje en gaf bijna alles weg wat ze zelf maakte.
Toen Lejla afscheid nam, pakte Mara een kleine wollen bloem uit haar mand.
« Voor Amar. »
Lejla nam het cadeautje voorzichtig aan.
« Waarom bent u nog steeds zo vriendelijk voor mij? »
Mara glimlachte.
« Omdat vriendelijkheid pas echt waarde heeft als je haar ook geeft aan iemand die haar niet verwacht. »
Met die woorden liep Lejla naar buiten.
Onderweg naar huis voelde ze dat deze ontmoeting haar leven voorgoed had veranderd.