Daniel stond midden in de lege ziekenhuiskamer.
‘Waar zijn ze?’ vroeg hij opnieuw.
De verpleegster keek hem aan.
‘Dat kan ik u niet vertellen.’
‘Ik ben haar man.’
Ze antwoordde rustig:
‘Dat was u tijdens haar opname ook.’
Die woorden kwamen hard aan.
Daniel keek naar het lege bed.
Toen naar de drie kleine kaartjes die nog op het nachtkastje lagen.
Ava.
Sophie.
Hope.
Hij pakte ze op.
Zijn vingers trilden.
‘Wie heeft hen ontslagen?’
De verpleegster keek even naar hem.
‘Uw vrouw heeft haar eigen ontslag geregeld.’
‘Alleen?’
‘Nee.’
‘Met wie dan?’
De verpleegster aarzelde…………..