De volgende ochtend werd ik wakker van zacht geklop op de deur.
‘Mevrouw Sterling?’
Ik keek naar Leo.
Hij sliep nog.
‘Wat is er?’
‘Martha vraagt of u naar beneden wilt komen. Het is dringend.’
Mijn hart begon sneller te kloppen.
Ik keek naar de grijze zakdoek op het nachtkastje.
Teken niets.
Ik stopte het briefje terug in de zakdoek en stak hem in mijn jaszak.
‘Ik kom zo.’
Ik maakte Leo wakker.
‘Blijf dicht bij me, goed?’
Hij knikte slaperig.
Toen we beneden kwamen, zat bijna dezelfde groep familieleden als de avond ervoor rond de grote tafel.
Maar Arthur was er niet.
Martha stond bij het raam.
Mijn zwager zat tegenover een stapel documenten.
‘Ga zitten,’ zei hij.
Ik bleef staan………………