De deuren gingen open nog voor ik iets kon zeggen.
Iemand tilde me voorzichtig uit de auto.
“Zwangerschap… mogelijke complicatie,” hoorde ik iemand zeggen.
Woorden gingen langs me heen alsof ze niet echt van mij waren.
Gabriel liep naast de brancard.
Geen haastige paniek.
Alleen controle.
Rustige, gefocuste aanwezigheid.
—
“Je bent hier veilig,” zei hij opnieuw.
Ik knikte zwak.
Maar iets in mij wist: hij bedoelde het anders dan troost.
Hij bedoelde het als garantie.
—
Binnen werd alles sneller.
Lichten. Stemmen. Vragen.
“Naam?”
“Hoe lang pijn?”
“Wie heeft haar gebracht?”
Gabriel antwoordde.
Kort.
Duidelijk.
Geen ruimte voor interpretatie.
—
Even later kwam een arts binnen.
Hij keek één keer naar mijn dossier.
Toen naar Gabriel.
Zijn houding veranderde subtiel.
“Delmas…” mompelde hij. “We regelen dit meteen.”
Ik keek op.
“Ken je hem?” fluisterde ik.
Gabriel keek me even aan.
“Je hoeft je daar geen zorgen over te maken.”
Dat was alles wat hij zei.
—
De minuten daarna vervaagden.
Monitoren.
Mensen die in en uit liepen.
Iemand die zei dat ik moest blijven ademen.
En Gabriel, altijd daar.
Niet ver weg.
Niet afgeleid.
Gewoon aanwezig………….