Tijdens een ouderavond vertelde Lily’s lerares:
— Uw dochter is bijzonder geliefd in de klas. Wanneer een kind zich anders voelt of wordt buitengesloten, is Lily altijd de eerste die naast hem gaat zitten.
Emily voelde haar ogen vochtig worden.
Op weg naar huis vroeg ze:
— Waarom doe je dat altijd?
Lily keek haar verbaasd aan.
— Omdat iedereen soms bang is dat anderen hem raar vinden.
Die woorden raakten Emily diep.
Ze besefte dat al die maanden van zorgen haar dochter niet hadden beschermd tegen pijn. Wat Lily sterk had gemaakt, was niet het verbergen van haar verschil geweest, maar het leren accepteren ervan.
Die avond vond Emily een oude doos op zolder. Daarin lagen tientallen paar roze wantjes die haar dochter vroeger altijd droeg.
Ze hield één van de kleine wantjes vast en glimlachte.
Daarna stopte ze de doos dicht.
Niet omdat ze zich schaamde voor die periode, maar omdat ze die niet langer nodig had.
Jaren later, op mijn zeventigste verjaardag, zat Lily naast me op het terras.
Ze was inmiddels een slimme, zelfverzekerde jonge vrouw geworden.
Plotseling pakte ze mijn hand vast.
— Oma, weet je nog dat je ooit mijn wantje afdeed?
Ik lachte.
— Dat vergeet ik nooit meer………..