Precies om één uur ’s nachts zag ik een schaduw bewegen achter het gordijn.
Ik hield mijn adem in.
De slaapkamerdeur ging langzaam open.
Eerst verscheen er niemand. Alleen een smalle strook licht viel over de gang. Toen kwam er een man naar binnen.
Mijn hart sloeg over.
Hij was lang, droeg donkere kleding en keek voortdurend om zich heen. In zijn hand had hij een kleine tas.
Ik kende hem niet.
De man liep rechtstreeks naar Marks bed.
Mijn eerste gedachte was dat hij een verpleegkundige was, maar zijn houding klopte niet. Hij deed alsof hij bang was dat iemand hem zou betrappen.
Hij boog zich over mijn man heen en controleerde eerst de apparaten. Daarna opende hij de lade naast het bed.
Daar lagen de dure boxers.
Ik voelde een koude rilling over mijn rug lopen.
De man haalde er één uit en legde die naast Mark…………..