“Ze heeft nog niets kunnen zeggen.”
Een korte stilte.
Heel kort.
Maar genoeg.
Zijn schouders ontspanden.
Heel even.
Bijna onzichtbaar.
Maar ik zag het.
En toen wist ik het zeker.
Wat er ook achter die initialen zat…
hij wist meer dan hij liet zien.
“Mag ik haar zien?” vroeg hij.
Ik deed een stap opzij.
Maar niet helemaal.
“Straks,” zei ik.
“De artsen zijn nog bezig.”
Hij knikte.
Geduldig.
Beheerst.
Maar terwijl hij zich omdraaide…
zag ik iets wat niemand anders zou opmerken.
Zijn hand.
Een lichte trilling.
Niet van verdriet.
Maar van spanning.
Ik keek hem na.
En één gedachte werd glashelder:
Dit ging niet alleen om wie haar had verwond.
Maar om wat hij al die tijd verborgen had gehouden.
En deze keer…
was ik niet alleen haar vader.