De volgende ochtend om 08.47 uur stond ik voor de spiegel in mijn kantoor.
Mijn gezicht zag eruit alsof ik drie nachten niet had geslapen.
Dat was bijna waar.
Noah lag nog steeds op de intensive care. De artsen hadden de druk in zijn schedel nauwlettend gevolgd. Hij was stabiel, maar nog niet wakker.
Mijn zoon.
Mijn enige zoon.
Ik legde mijn hand op de deurklink.
Toen hoorde ik achter me een stem.
“Pap?”
Ik draaide me om.
Noah stond niet in de kamer.
Het was zijn stem uit een opname.
Ik keek naar Lena.
Ze hield mijn telefoon vast.
“Hij heeft vannacht geprobeerd wakker te worden.”
Mijn hart sloeg over………….