Plotseling werd het stil.
Zelfs de krekels in het droge gras leken te zwijgen.
De kolonel keek langzaam op.
— Majoor… hebt u deze documenten überhaupt gelezen?
— Natuurlijk.
— Werkelijk?
Zijn stem werd ijskoud.
Semjonov slikte.
De kolonel draaide het identiteitsbewijs om zodat iedereen het kon zien.
Daaronder zat een speciale legitimatiekaart.
Geen gewone kaart.
Een federale legitimatie.
De jonge agent werd bleek.
De kolonel las hardop:
— « Hoofdinspecteur Inna Petrova. Afdeling Interne Controle en Corruptiebestrijding. »
Niemand zei iets.
De wind blies stof over de weg.
Semjonovs gezicht verloor alle kleur.
— Dat… dat moet een vergissing zijn.
Inna zette rustig haar zonnebril op.
— Nee, majoor. Geen vergissing.
De kolonel sloeg de volgende pagina open.
— Interessant.
Hij keek naar Semjonov.
— Weet u waarom inspecteur Petrova hier vandaag is?
— Voor… voor een familiebezoek?
— Nee.
De kolonel glimlachte zonder enige warmte.
— Ze maakt deel uit van een onderzoek naar klachten over corruptie, intimidatie van bestuurders, vernietiging van eigendom en illegale boetes in deze regio.
De jonge agent liet bijna zijn notitieblok vallen.
Semjonov begon te zweten.
Veel erger dan door de hitte.
— Kameraad kolonel, ik kan dit uitleggen…
— Werkelijk?
De kolonel wees naar de kapotte spiegel van de scooter.
— Leg dan eerst uit waarom meerdere getuigen hebben gezien dat u eigendom van een burger beschadigde.
Semjonov keek naar de weg.
Naar de scooter.
Naar alles behalve naar de kolonel.
— Dat was een ongeluk…………….