Na een paar meter zag Richard een nooddeur.
Hij duwde hem open.
Fel licht stroomde naar binnen.
We kwamen uit op een klein bemanningsdek.
De zee strekte zich oneindig voor ons uit.
Ik ademde diep in.
‘Richard… wat heeft mijn overleden man hiermee te maken?’
Hij keek naar mij.
‘Je zei dat je hem nooit iets geheimzinnigs hebt zien doen?’
‘Nee.’
‘Denk na.’
Ik dacht aan mijn huwelijk.
Aan de dozen die mijn man nooit wilde weggooien.
Aan de oude aktetas die hij altijd op slot hield……………