De stem in het donker liet mijn hart bonzen.
‘Mevrouw Bennett, u had Richard nooit moeten volgen.’
Ik bleef stokstijf staan.
Richard greep mijn arm.
‘Niet antwoorden.’
Ik fluisterde:
‘Wie is dat?’
‘Dat weet ik niet.’
De stem kwam opnieuw.
‘U draagt iets bij u dat niet van u is.’
Ik keek naar mijn koffer.
‘Hoe weten ze dat?’
Richard trok zijn telefoon tevoorschijn.
Geen signaal.
‘We moeten hier weg.’
‘Waarheen?’
‘Naar het dek.’
We liepen verder door de donkere gang…………….