Mijn handen begonnen te trillen.
Marianne had kort voor haar dood een aanzienlijk vermogen op haar naam gezet.
Maar het geld was niet naar haar man gegaan.
Het was bestemd voor Sophie.
‘Je moeder heeft alles voor jou achtergelaten,’ zei ik.
Sophie keek me ongelovig aan.
‘Waarom wist ik daar niets van?’
Ik wees naar een andere brief.
‘Omdat iemand ervoor heeft gezorgd dat jij niets te weten kwam.’
Op dat moment ontdekte ik een document met de handtekening van Daniel.
Het was een volmacht.
Hij had Sophie na hun huwelijk laten tekenen zonder haar precies uit te leggen wat ze ondertekende.
Met die volmacht kon hij bepaalde financiële zaken namens haar regelen.
Sophie sloeg haar hand voor haar mond.
‘Dus daarom wilde hij met mij trouwen?’
‘Dat weten we nog niet zeker.’
Ik pakte de laatste brief.
Bovenaan stond:
Aan Sophie — alleen openen als je getrouwd bent.
Sophie opende hem langzaam.
De brief was kort.
‘Lieve Sophie,
Als je dit leest, heb je waarschijnlijk iemand gevonden die je volledig vertrouwt. Ik hoop dat die persoon niet degene is die ik vrees.
Jaren geleden ontdekte ik dat Margaret betrokken was bij een financiële zaak die mijn familie grote verliezen heeft bezorgd. Toen ik ermee dreigde naar de politie te gaan, werd ik gewaarschuwd dat mijn dochter de gevolgen zou dragen.
Daarom zweeg ik.
Maar ik heb bewijzen verzameld.
Alles wat je nodig hebt, bevindt zich in een kluis.
De sleutel ligt niet in mijn huis.
Hij ligt op een plaats waar alleen mijn zus Claire hem kan vinden.’
Sophie keek me aan.
‘Jij?’
Ik voelde de tranen in mijn ogen komen.
‘Ik wist nooit dat je moeder zoiets had gedaan.’
Ik las het laatste gedeelte.
‘Zoek in de oude doos met foto’s die ik je vlak voor mijn dood gaf.’
Ik liep meteen naar de kast.
Jaren geleden had Marianne me inderdaad een houten doos met familiefoto’s gegeven.
Ik had hem nooit weggegooid.
We haalden alle foto’s eruit.
Onder de laatste foto zat een klein stukje karton.
Daarin zat een sleutel.
Aan de sleutel hing een metalen plaatje met een nummer.
317.
Sophie pakte haar telefoon.
‘Er was vroeger een bankkluis op naam van mama.’
‘We moeten naar de bank.’
De volgende ochtend gingen we samen naar de bank.
Na controle van de documenten kregen we toegang tot een oude kluis.
Binnen lag slechts één map.
Sophie maakte hem open.
Bovenop lag een foto van Daniel en Margaret.
Maar de foto was veel ouder dan hun huwelijk.
Op de achterkant stond een datum van bijna twintig jaar geleden.
Daaronder stond:
‘De eerste poging is mislukt. Sophie blijft de enige erfgenaam.’
Sophie werd doodstil.
Toen ontdekte ze een tweede document.
Een aangifte die haar moeder kort voor haar dood had opgesteld.
Daarin beschreef Marianne dat ze vermoedde dat iemand haar financiële documenten manipuleerde.
Maar ze had nooit de kans gekregen om de zaak af te maken.
Sophie keek me aan.
‘Mijn moeder wist dat ze gevaar liep.’
Ik knikte.
‘En nu weten we waarom Daniel met jou trouwde.’
Plotseling ging mijn telefoon.
Een onbekend nummer.
Ik nam op.
Niemand zei iets.
Toen hoorde ik een stem.
‘Jullie hadden die kluis nooit mogen openen.’
De verbinding werd verbroken.
Sophie keek me aan.
We hoefden niets meer te zeggen.
Ze pakte haar tas.
‘We gaan naar de politie.’
Maar nog voordat we de deur bereikten, verscheen er een bericht op mijn telefoon.
Een foto.
Het was een foto van ons huis.
Genomen vanaf de overkant van de straat.
Onder de foto stond:
‘Jullie hebben twee uur.’
Sophie keek naar mij.
Voor het eerst glimlachte ze.
‘Laat ze maar komen.’
Ze pakte de map met bewijsmateriaal.
‘Want deze keer zijn wij voorbereid.’
Maar geen van ons wist dat Daniel op datzelfde moment al in het politiebureau zat.
Niet als verdachte.
Maar als iemand die beweerde dat Sophie en ik hem hadden bedreigd.
En hij had één doel:
ervoor zorgen dat niemand geloofde wat wij hadden ontdekt.