We glipten naar binnen.
De doorgang leidde naar een kleine berging aan de achterkant van het huis.
We kwamen uit in de tuin.
Sophie rende naar de schutting en ik volgde haar.
Pas toen we enkele huizen verder waren, durfden we stil te staan.
Sophie keek naar de envelop.
‘Mijn moeder wist dat dit ooit zou gebeuren.’
‘Je moeder heeft geprobeerd je te beschermen.’
‘Maar waarvoor?’
Ik haalde de documenten uit mijn jas.
We gingen naar mijn huis.
Daar spreidden we alles uit op de keukentafel.
Er waren bankafschriften.
Contracten.
Oude brieven.
En een notariële verklaring.
Ik las de eerste pagina……………