Ik keek haar aan.
‘Dat is precies wat jouw zoon zei toen hij de eindranglijst zag.’
Julian was inmiddels dichterbij gekomen.
Hij bleef een paar meter van ons vandaan staan.
Zijn ogen bleven op de tweeling gericht.
Toen zei hij zacht:
‘Zijn zij…?’
Ik antwoordde niet.
Hij keek naar mij.
‘Zijn het mijn zonen?’
Ik had dertien jaar op die vraag gewacht.
En toch voelde het antwoord niet als een overwinning.
‘Dat zijn ze.’
Zijn adem stokte.
‘Waarom heb je me nooit verteld dat ze bestonden?’
Ik keek hem recht aan.
‘Omdat jij het antwoord zelf hebt gegeven.’
Hij fronste.
‘Wanneer?’
‘De dag dat je vertrok………….