“Waarom heb je hem nooit gegeven?”
Hij kwam naast me zitten.
“Omdat ik hem die avond heb geschreven om mijn hoofd leeg te maken. Ik wilde hem de volgende ochtend geven, maar toen ik je zag, vergat ik alles. Je stond daar in je jurk te huilen en ik dacht alleen maar dat ik de gelukkigste man ter wereld was.”
Ik lachte door mijn tranen heen.
“Dus je hebt al die jaren geweten dat ik dacht dat je te knap voor me was?”
Hij zuchtte.
“Ja.”
“Waarom heb je me dan nooit gezegd dat je het wist?”
Hij pakte mijn hand.
“Omdat ik wilde dat je het op een dag zelf zou geloven.”
Ik keek hem aan.
Hij wees naar de laatste alinea.
“Als je deze brief ooit leest, hoop ik dat je inmiddels begrijpt wat ik morgen aan het altaar zal begrijpen: ik trouw niet met jou omdat ik denk dat ik niemand beters kan krijgen. Ik trouw met jou omdat ik niemand anders wíl.”
Daaronder stond één laatste zin:
“En als je ooit weer denkt dat ik een fout heb gemaakt door voor jou te kiezen, kijk dan naar mij en onthoud dat ik elke dag opnieuw dezelfde keuze zou maken.”
Ik kon niets meer zeggen.
Ik legde de brief op tafel en sloeg mijn armen om hem heen.
“Je weet dat ik nog steeds soms onzeker ben, toch?”
Hij glimlachte.
“Dan zal ik je er elke keer opnieuw aan herinneren.”
Ik keek naar de oude foto’s op tafel.
Voor het eerst zag ik iets wat ik jarenlang niet had kunnen zien.
Hij was inderdaad knap.
Maar dat was nooit het belangrijkste aan hem geweest.
Het mooiste aan mijn man was dat hij mij niet probeerde te overtuigen dat ik mooi was.
Hij liet me voelen dat ik geliefd was.
En soms is dat veel belangrijker.