Zoë kneep nog steeds in mijn arm terwijl ik met trillende handen het kluisje verder opende.
Er zat natuurlijk geen mens in. Maar wat ik zag, zorgde ervoor dat mijn hart een slag oversloeg.
Aan de binnenkant van de deur hing een donkerblauwe sporttas. De rits stond half open en daar stak een felgroene zwembroek uit. Precies hetzelfde model dat mijn man, Thomas, altijd droeg tijdens onze gezinsuitjes naar het zwembad.
Daarnaast lag een grijze handdoek met een klein geborduurd anker in de hoek. Die handdoek had ik hem vorig jaar voor zijn verjaardag gegeven.
« Zie je wel? » fluisterde Zoë. « Dat is van papa. »
Ik probeerde rustig te blijven. Veel mensen bezitten dezelfde spullen, hield ik mezelf voor. Een groene zwembroek is niets bijzonders. Toch voelde ik een onverklaarbare spanning.
Ik sloot het kluisje weer en ging op het bankje zitten.
« Misschien vergis je je, lieverd, » zei ik zacht.
Maar Zoë schudde vastberaden haar hoofd.
« Ik heb papa gezien. »
Die woorden bleven door mijn hoofd spoken.
Enkele minuten later kwam de vrouw terug uit de toiletten. Ze keek verbaasd toen ze mij naast haar kluisje zag staan…………