De vrouw keek naar de grond.
« Ik wilde haar geen pijn doen. Ze kwam binnen terwijl ik mijn natte kleren probeerde uit te wringen. Ik schrok, zij schrok… en toen deed ik uit paniek de deur op slot. »
Ik keek haar aandachtig aan. Ze zag er uitgeput uit. Op haar gezicht zaten blauwe plekken en haar linkerpols was gezwollen.
« Wie heeft u dit aangedaan? » vroeg ik.
Er rolden tranen over haar wangen.
« Mijn zoon. »
Die twee woorden veranderden alles.
Ik hielp haar langzaam overeind. Stormy bleef veilig achter mijn rug staan, maar ik voelde dat haar angst langzaam plaatsmaakte voor nieuwsgierigheid.
De vrouw stelde zich voor als Marianne.
Ze vertelde dat ze drie dagen eerder uit haar eigen huis was gevlucht nadat haar zoon haar had geduwd tijdens een ruzie over geld. Sindsdien sliep ze in haar auto. Die ochtend was haar auto weggesleept omdat ze geen parkeergeld had betaald.
Ze had nergens meer heen gekund.
« Ik wilde alleen even droge kleren aantrekken, » zei ze met gebroken stem.
Stormy kneep voorzichtig in mijn hand.
« Mama… ze lijkt op oma. »
Mijn moeder was enkele jaren daarvoor overleden. Ze was altijd vriendelijk geweest voor mensen in nood.
Ik wist dat ik haar voorbeeld moest volgen.
« Kom, » zei ik tegen Marianne. « Laten we eerst ergens gaan zitten. »
We liepen naar een bankje aan de boulevard. Ik kocht drie warme chocolademelken en wat broodjes.
Marianne at langzaam, alsof ze al dagen niets meer had gegeten.
Stormy keek haar aandachtig aan.
« Waarom doet uw zoon zo gemeen? »
Marianne slikte moeilijk.
« Soms veranderen mensen wanneer ze alleen nog aan zichzelf denken. »
Stormy dacht even na.
« Maar kinderen moeten toch voor hun ouders zorgen? »
Niemand zei iets.
Na een tijdje vroeg ik of Marianne familie had die haar kon helpen………….