Dylan hield het kleine gele dekentje vast alsof het van glas was.
De stof was dun geworden door de jaren heen. Eén hoek was nog steeds rafelig van de nacht dat hij het als peuter achter zich aan had gesleept door een plas modder buiten ons appartementencomplex. Ik had het toen met de hand gewassen in een gammel wasbakje terwijl hij op het aanrecht zat te huilen omdat hij dacht dat het “kapot” was.
Nu stond hij daar, negentien jaar later, voor een volle gymzaal.
En iedereen keek naar hem.
“Ik heb dit dekentje mijn hele leven bewaard,” zei hij zacht. “Niet omdat het duur is. Niet omdat het bijzonder mooi is. Maar omdat het ruikt naar thuis.”
Ik voelde Claire naast me snikken.
Mijn moeder staarde roerloos naar het podium. Vanessa’s gezicht was langzaam alle kleur kwijtgeraakt.
Dylan keek even naar het dekentje in zijn handen voordat hij weer opkeek naar het publiek………