Niet meer zacht.
Maar scherp.
“Dat is het probleem,” zei ze.
“Jullie weten nooit iets… behalve hoe je iemand belachelijk maakt.”
Die woorden raakten.
Diep.
Michel probeerde te lachen. “Kom op, dit is geen plek voor dit soort dingen—”
“Jullie hebben hem hier gebracht,” zei Camille.
Haar stem bleef kalm.
Maar elke letter zat vol waarheid.
“Jullie wilden een show.”
Ze keek om zich heen.
Naar de gasten.
Naar de lichten.
Naar de tafel.
“Dit is de show.”
Stilte.
Lang.
Zwaar.
Definitief.
Julien zei niets meer.
Kon niets meer zeggen.
Hij stond daar…
leeg.
Brigitte’s ogen vulden zich met tranen. “Camille, we wilden alleen dat je… minder serieus zou zijn…”
Camille knikte langzaam.
“Dat was ik,” zei ze.
Een korte pauze.
“Totdat hij mijn leven probeerde te vernietigen.”
Die zin bleef hangen.
Geen drama.
Alleen waarheid.
Ze legde de microfoon neer.
Klik.
Het geluid viel weg.
“Nu,” zei ze rustig, “gaan we eten.”
Niemand bewoog meteen.
Maar langzaam…
verschoof de energie.
Niet naar haar ouders.
Niet naar Julien.
Naar haar.
Want voor het eerst…
had Camille niet geslikt.
Niet gezwegen.
Niet gelachen om haar eigen pijn.
Ze had gesproken.
En de mensen die haar wilden vernederen…
stonden nu zelf in het licht.
Zonder woorden.
Zonder macht.
En zonder lach.