Histoire 16 16 44

Buiten rook de lucht naar regen en vrijheid.

Een combinatie die ik bijna vergeten was.

In de auto zat ik stil.

Mijn vader startte de motor niet meteen.

Hij keek naar voren.

Toen naar mij.

“Wil je naar huis?” vroeg hij.

Ik dacht na.

Niet lang.

Maar bewust.

“Ja,” zei ik.

En dit keer bedoelde ik niet het huis dat ik net had verlaten.

Hij knikte.

Startte de auto.

Achter ons bleef de keuken achter met de koffie die koud werd, de taart die nog niet was aangesneden en een man die voor het eerst geconfronteerd werd met iets wat hij nooit had verwacht:

Niet mijn tranen.

Niet mijn stilte.

Maar mijn vertrek.

Laisser un commentaire