Een naam die hem onmiddellijk deed verstijven.
Dr. Arturo Beltrán.
Zijn oom.
Mariana zag hoe zijn gezicht veranderde.
“Santiago?”
Hij keek haar aan.
“Waarom werkt hij hier?”
“Wie?”
“Mijn oom.”
Een koude rilling trok door Mariana heen.
Ze kende die naam.
Te goed.
Arturo Beltrán was een van de redenen waarom ze vijftien maanden geleden was gevlucht.
Tijdens haar zwangerschap had ze toevallig gesprekken gehoord.
Gesprekken over geld.
Over familiebedrijven.
Over erfgenamen.
Over mensen die in de weg stonden.
Ze had nooit bewijs gehad.
Maar haar instinct had geschreeuwd dat haar kind gevaar liep.
“Hij werkt op de neurologische afdeling,” zei ze zacht.
Santiago keek opnieuw naar het dossier.
Toen zag hij iets anders.
De persoon die toegang had gevraagd tot Emiliano’s medische gegevens.
Arturo Beltrán.
Nog voordat de diagnose bekend was.
Nog voordat hij officieel betrokken was.
“Dat klopt niet,” zei Santiago.
Zijn stem klonk gevaarlijk rustig.
Hij pakte zijn telefoon.
“Mateo.”
Een van zijn beveiligers verscheen onmiddellijk.
“Ja, meneer?”
“Controleer alle camerabeelden van vanavond. Nu.”
“Begrepen.”
Binnen een uur kwamen de eerste antwoorden.
En die antwoorden waren schokkend………..