Dat was ook een antwoord.
Ik liep naar het raam.
De zee lag donker en rustig onder de nacht.
“Ik bel niet om ruzie te maken,” zei hij na een tijdje. “Ik… ik wilde gewoon begrijpen.”
“Begrijpen wat?”
“Hoe jij… verder bent gegaan.”
Ik dacht even na.
Niet om hem te overtuigen.
Maar om eerlijk te zijn, voor mezelf.
“Ik ben niet verder gegaan,” zei ik. “Ik ben begonnen.”
Weer stilte.
Dit keer voelde ik dat hij luisterde.
Echt luisterde.
“Frank zei dat je gelukkig leek,” zei hij.
Ik keek naar mijn kleine woonkamer.
De schetsen.
De open ramen.
De rust.
“Dat ben ik ook,” zei ik.
Hij zuchtte zacht.
“Ik dacht dat jij zonder mij zou instorten.”
Ik knipperde langzaam.
“Dat dacht je echt?”
“Ja.”
Zijn eerlijkheid was rauw.
Misschien voor het eerst.
“Ik dacht dat jij… mij nodig had.”
Ik draaide me om en leunde tegen het raamkozijn.
“Dat is het verschil tussen ons,” zei ik rustig. “Jij had iemand nodig die zich aanpaste. Ik had iemand nodig die me zag.”
Hij slikte hoorbaar.
“Ik zie je nu,” zei hij.
Ik schudde mijn hoofd, ook al kon hij dat niet zien.
“Nu is te laat.”
Aan de andere kant klonk gelach.
Iemand riep zijn naam.
Zijn nieuwe naam.
Zijn nieuwe leven.
“Ze wachten op me,” zei hij zacht.
“Dat geloof ik,” antwoordde ik.
Hij aarzelde.
Alsof hij iets wilde zeggen dat hij zelf nog niet helemaal begreep.
“Ben je… alleen?” vroeg hij.
Ik glimlachte.
Niet omdat de vraag romantisch was.
Maar omdat hij nog steeds dacht in oude patronen.
“Ja,” zei ik. “En dat is precies goed.”
Die woorden leken hem meer te raken dan alles daarvoor.
“Ik heb een fout gemaakt,” zei hij plots.
Ik sloot mijn ogen heel even………….