De pianist keek mij vragend aan.
« Welke versie? » vroeg hij zacht.
« De klassieke Schubert-versie, alsjeblieft. »
Hij knikte verbaasd en legde zijn handen op de toetsen.
De eerste zachte akkoorden vulden de zaal.
Ik sloot mijn ogen, haalde diep adem en liet de eerste woorden klinken.
« Ave Maria… »
Binnen enkele seconden veranderde de sfeer.
Het geroezemoes verstomde volledig.
Bestek werd langzaam neergelegd.
Zelfs de obers bleven bewegingloos staan.
Mijn stem vulde de enorme balzaal zonder moeite. De hoge plafonds weerkaatsten iedere noot alsof de ruimte zelf mee zong.
Ik opende mijn ogen.
Aan de eerste tafel zag ik een oudere vrouw haar hand voor haar mond slaan.
Een klein meisje stopte met eten en keek ademloos naar het podium.
Daniel staarde mij aan alsof hij een vreemde zag.
Mara glimlachte nog steeds, maar haar glimlach begon langzaam te verdwijnen.
Toen het moeilijkste gedeelte naderde, hield bijna iedereen zijn adem in.
Ik voelde geen zenuwen meer.
Alleen muziek.
Alle jaren van studie.
Alle uren oefenen.
Alle optredens waarvoor niemand uit mijn familie ooit een kaartje had gekocht.
Toen de laatste hoge noot langzaam uitstierf, bleef het enkele seconden doodstil.
Niemand bewoog.
Daarna brak een daverend applaus los.
Mensen stonden op uit hun stoel.
Eén tafel.
Toen nog één.
Binnen enkele ogenblikken stond bijna de hele zaal recht.
De pianist glimlachte breed en boog licht zijn hoofd.
De dirigent van het orkest klapte enthousiast mee……………