Prima — ik zet het verhaal voort in het Nederlands:
Ik keek haar aan.
Toen Grant.
En tenslotte de hulpsheriff.
En ik glimlachte.
Niet breed. Niet triomfantelijk. Gewoon… rustig.
„Is dat alles?” vroeg ik, terwijl ik de enveloppe nog steeds ongeopend in mijn hand hield.
Amber leek even uit balans gebracht door mijn kalmte, maar herstelde zich snel. Haar hakken tikten scherp op het marmer terwijl ze een stap dichterbij kwam.
„Je begrijpt het niet, Naomi,” zei ze zacht, bijna medelijdend. „Dit is geen onderhandeling. Dit is het einde.”
„Het einde?” herhaalde ik, lichtjes geamuseerd.
Grant kuchte nerveus. „Misschien moeten we dit gewoon netjes afronden,” mompelde hij, alsof hij zichzelf probeerde te overtuigen.
Ik draaide me langzaam om naar Elena.
„Elena,” zei ik kalm, „zou je zo vriendelijk willen zijn om mijn map uit het kantoor te halen? De zwarte, bovenste lade.”
Elena knikte onmiddellijk en verdween zonder een woord.
Amber rolde met haar ogen. „Serieus? Ga je nu doen alsof je nog controle hebt over dit alles?”
Ik antwoordde niet.
We wachtten.
Zelfs de hulpsheriff leek niet op zijn gemak. Zijn blik gleed van Amber naar Grant, en toen naar mij — alsof hij begon te vermoeden dat hij in het verkeerde verhaal was beland.
Na een minuut kwam Elena terug. In haar handen: een slanke, zwarte leren map…………