Daniel kwam buiten adem op me af. Zijn nette pak zat niet meer zo perfect als enkele minuten geleden. Zijn stropdas hing scheef en zijn gezicht was bleek.
“Wacht alsjeblieft.”
Ik draaide me langzaam om.
“Waarom?”
Hij keek naar mijn tas.
“Naar die envelop.”
Ik zei niets.
Vanessa kwam achter hem aan. Ze hield haar jurk met één hand omhoog en probeerde ondertussen haar ademhaling onder controle te krijgen.
“Margaret…” begon ze.
Ik keek haar aan.
“Je hoeft niets te zeggen.”
Ze stopte.
Daniel schudde zijn hoofd.
“Wat zat daarin?”
“Een huwelijkscadeau.”
“Welk cadeau?”
Ik keek even naar hem.
“Het huisje aan het meer.”
Hij werd doodstil.
Vanessa keek hem aan.
“Welk huisje?”
Daniel antwoordde niet.
Ik zag meteen dat hij wist waarover ik sprak.
“Het huis van mijn ouders,” zei ik. “Het huis waar jij als kind iedere zomer kwam. Waar je vader en ik je leerden zwemmen. Waar je grootvader een boomhut voor je bouwde………….