Lucas voelde hoe Emma’s hand trilde in de zijne terwijl de lift naar beneden zoemde.
De paramedici stonden klaar met de draagberrie, hun stemmen rustig en professioneel, maar Lucas hoorde nauwelijks wat ze zeiden. Zijn aandacht bleef hangen op één ding:
Richard.
De map in zijn handen.
Dik. Crèmekleurig. Met een zwarte elastische band eromheen.
Zijn moeder Margaret stond naast hem in haar parelgrijze mantel alsof ze onderweg was naar een liefdadigheidsdiner in plaats van een ambulance-opvang midden in de nacht.
En ze glimlachte.
Niet warm. Niet opgelucht.
Beheerst.
“Lucas,” zei ze kalm, “dit hoeft geen scène te worden.”
Hij keek haar aan alsof hij haar nog nooit eerder had gezien.
Emma kromp zichtbaar ineen op de brancard toen Margaret dichterbij kwam.
“Blijf uit haar buurt,” zei Lucas onmiddellijk.
Richard stak langzaam een hand op. “Rustig. We proberen alleen te helpen.”
“Met wat precies?” beet Lucas hem toe. “Nog meer papieren vervalsen?”
De twee paramedici wisselden een blik uit.
Margarets glimlach verdween een fractie.
“Je begrijpt de situatie niet volledig,” zei ze zacht. “Emma is emotioneel instabiel sinds de zwangerschap.”
Emma begon te huilen.
Niet luid. Geen hysterische uitbarsting.
Gewoon stille tranen van iemand die al te lang bang was geweest.
Lucas voelde woede door zijn borst trekken als vuur.
“Ze kan nauwelijks lopen,” zei hij. “Haar benen zijn blauw. Ze heeft wekenlang medische hulp vermeden omdat iemand haar wijsmaakte dat ik haar baby wilde afpakken………………