De receptionist keek op.
“Naam?”
Evelyn glimlachte licht.
“Madison.”
Een paar minuten later ging de lift open.
Madison stapte uit—gehaast, nerveus, zichtbaar in paniek.
En toen zag ze haar.
Ze verstijfde.
“…Mama?”
Evelyn stond daar.
Rustig.
Rechtop.
Niet gebroken.
Niet verdrietig.
Maar… anders.
Sterker.
“Verrassing,” zei ze zacht.
Madison liep naar haar toe.
“Wat doe jij hier? En wat heb je gedaan met mijn kaarten?!”
Haar stem brak half door woede, half door angst.
Evelyn keek haar even aan.
Lang genoeg om alles te laten doordringen.
“De kaarten,” zei ze, “zijn van mij.”
Stilte.
Lucas en zijn moeder kwamen nu ook dichterbij.
Hun gezichten vol verwarring.
Evelyn vervolgde:
“Het appartement waar je woont?”
“Mijn naam.”
“De rekeningen die je gebruikt?”
“Mijn geld.”
“De levensstijl waar je zo trots op bent?”
Ze maakte een kleine pauze.
“Ik heb die betaald.”
Madison’s gezicht werd bleek.
“Maar… dat is—”
“Handig?” onderbrak Evelyn haar rustig.
De moeder van Lucas keek ineens anders naar Madison.
Niet meer bewonderend.
Maar beoordelend………….