« Wie is David? »
Ze begon opnieuw te huilen.
« Greta zei dat ik zijn naam nooit mocht noemen. »
« Waarom? »
« Omdat hij wist waar ze was. »
De kamer leek plotseling veel kleiner te worden.
« Waar is Greta, Mia? »
Mijn stem klonk nauwelijks nog als mijn eigen stem.
Mia schudde haar hoofd.
« Ik weet het niet. »
« Maar Greta heeft je iets verteld. »
« Niet alles. »
Ik pakte haar handen.
« Vertel me alles wat je weet. »
Mia haalde diep adem.
« Een paar dagen voor de schoolmarkt zag Greta David met iemand praten achter de sporthal. »
« Wie? »
« Een vrouw. »
« Welke vrouw? »
« Ik weet het niet. Greta wilde haar naam niet zeggen. »
Ik voelde een koude rilling over mijn rug lopen.
Mia vertelde verder.
« Greta zei dat ze iets had ontdekt. Ze zei dat iemand geld stal van de schoolvereniging. Maar daarna werd ze bang. »
Ik keek opnieuw naar het schrift.
Tussen de pagina’s zat een kleine envelop.
Mijn naam stond erop.
Voor mam. Alleen openen als ik verdwenen ben.
Ik scheurde hem open.
Binnenin zat één vel papier.
Er stond slechts:
« Mam, als je dit leest, vertrouw dan niemand die zegt dat ik vrijwillig ben weggegaan. Ik heb geprobeerd je te beschermen. Kijk naar de foto’s. »
Mijn handen werden koud.
« Welke foto’s? » fluisterde ik.
Ik keek in de rugzak.
Onderaan zat een oude telefoon.
Een telefoon die ik nog nooit eerder had gezien.
Ik drukte op de aan-knop.
Tot mijn verbazing werkte hij.
Er stonden tientallen foto’s op.
De meeste waren gemaakt rond de school.
Maar één foto trok onmiddellijk mijn aandacht.
Greta stond erop.
Ze stond achter de sporthal.
Naast David.
En naast een derde persoon.
Ik zoomde in.
Mijn adem stokte.
Ik kende die vrouw.
Het was mijn jongere zus.
Mijn eigen zusje.
Dezelfde zus in wiens kamer ik de rugzak had gevonden.
Ik keek naar Mia.
« Waarom stond tante Laura daar? »
Mia antwoordde niet.
Ik liep onmiddellijk naar de woonkamer en belde mijn zus.
Geen antwoord.
Ik belde opnieuw.
Nog steeds niets.
Toen kreeg ik een bericht.
« We moeten praten. Kom alleen. »
Mijn handen begonnen opnieuw te trillen.
Ik wist dat ik de politie moest bellen.
Deze keer wilde ik geen fouten maken.
Ik stuurde de foto’s naar de rechercheur die twee jaar geleden de zaak van Greta had behandeld.
Binnen twintig minuten stond er een politiewagen voor mijn huis.
De rechercheur bekeek de foto’s en het schrift.
Zijn gezicht veranderde.
« Sarah… waarom hebben we dit nooit eerder gezien? »
« Omdat niemand wist dat deze telefoon bestond…………