schoongemaakt en iedereen had bediend.
Ik liep terug naar de keuken.
Niet om te huilen.
Maar om een plan te maken.
Ik pakte een notitieblok en schreef alle namen op van de familieleden die aanwezig waren.
Daarna begon ik alle overgebleven etensresten netjes in bakjes te verdelen.
Ik deed op elk bakje een naam.
Toen liep ik de woonkamer weer binnen.
Iedereen keek verbaasd.
« Voordat jullie naar huis gaan, » zei ik vriendelijk, « mag iedereen zijn eigen bakje meenemen. »
Ze glimlachten allemaal.
Totdat ik verder sprak.
« En vanaf vandaag geldt er ook een nieuwe regel. »
Mijn schoonmoeder trok haar wenkbrauwen op.
« Welke regel? »
« Wie hier komt eten, helpt ook mee. »
De kamer werd opnieuw stil.
« Dat betekent: tafeldekken, afwassen, opruimen en de keuken schoonmaken. Anders organiseren we dit soort bijeenkomsten voortaan ergens anders. »
Mijn schoonzus begon ongemakkelijk te lachen.
« Dat meen je toch niet? »
« Jawel. »
Ik keek iedereen één voor één aan.
« Ik ben geen restaurant. »
Mijn schoonmoeder snoof.
« In onze familie zorgt de vrouw voor de gasten. »
Ik glimlachte opnieuw.
« Mooi. Dan kunt u de volgende wedstrijd bij u thuis organiseren. »
Niemand zei iets.
Mijn schoonvader keek naar de grond.
Mijn zwager deed alsof hij druk met zijn telefoon bezig was.
Mijn man begon eindelijk te praten.
« Schat… »
Ik onderbrak hem.
« Nee. »
Hij keek verbaasd.
« Vandaag luister jij. »
Ik wees naar de keuken.
« Ik heb vanaf vanochtend boodschappen gedaan, gekookt voor twaalf mensen, drankjes ingeschonken, afgeruimd en de afwas gedaan. »
Daarna wees ik naar de bank.
« En jij hebt negentig minuten voetbal gekeken. »
Hij wist niets terug te zeggen.
Mijn schoonmoeder probeerde ertussen te komen.
« Je overdrijft. »
Ik keek haar recht aan.
« Nee. U bent degene die over de grens is gegaan………….