Ik trok de plastic zak voorzichtig onder de struik vandaan.
Mijn hart bonsde.
Het was geen wapen. Geen gestolen geld. Geen drugs.
Het was een kleine, oude metalen doos.
Ik herkende hem onmiddellijk.
Het was het soort doos waarin mensen vroeger foto’s, brieven en belangrijke papieren bewaarden.
Maar waarom zouden die kinderen zoiets onder mijn raam verstoppen?
Ik keek om me heen en opende de doos.
Bovenop lag een stapel vergeelde foto’s.
Op de eerste foto stond mijn huis.
Maar het was niet mijn huis zoals ik het kende.
De foto was minstens twintig jaar oud.
Er stonden drie mensen voor de voordeur: een jonge vrouw, een klein jongetje en een man die ik niet kende.
Onder de foto lag een handgeschreven brief.
Ik begon te lezen.
« Als iemand dit ooit vindt, moet hij weten dat ik niet ben weggegaan omdat ik mijn familie wilde verlaten…………