“Hoe weet je dat?”
“Ik weet het niet zeker.”
Claire pakte haar telefoon en begon door oude berichten en foto’s te scrollen. Uiteindelijk vond ze een foto van Romy in het park. Op de achtergrond stond toevallig de andere kinderwagen half in beeld.
En aan het handvat hing exact hetzelfde hartje.
“Mijn God…” fluisterde ze.
“Wie is dat?” vroeg Hélène.
“Ik heb haar maar één keer ontmoet.”
Claire zoomde verder in. Het gezicht van de vrouw was wazig, maar herkenbaar genoeg om iets in haar geheugen wakker te maken.
Plotseling herinnerde ze zich nog iets.
De vrouw had gezegd:
“Jij hebt geluk dat je moeder nog helpt.”
Toen had Claire er niet veel aandacht aan besteed.
Nu voelde die zin plots zwaar aan.
Heel zwaar.
De baby begon zacht te bewegen in haar slaap. Hélène liep meteen naar het bedje en legde instinctief een hand op haar buikje.
“Ze heeft honger,” zei ze.
Claire keek naar haar moeder en zag hoe vanzelfsprekend ze voor het onbekende kind zorgde. Alsof moederliefde geen vragen stelde voordat ze verscheen.
Ze maakten een flesje klaar. Het meisje werd wakker en begon onmiddellijk te drinken, gulzig maar stil. Haar grote donkere ogen dwaalden van Hélène naar Claire alsof ze probeerde te begrijpen waar ze was.
“Ze is niet bang,” zei Hélène verbaasd.
“Misschien heeft ze al erger meegemaakt.”
Die woorden bleven in de kamer hangen.
Na een paar minuten besloot Claire toch de politie te bellen.
Twee agenten arriveerden rond half drie. Ze luisterden aandachtig terwijl Claire alles uitlegde. Hélène herhaalde meerdere keren dat ze echt dacht dat haar dochter voor de deur stond.
De oudere agente knikte begrijpend.
“Dat gebeurt vaker dan u denkt,” zei ze zacht. “Mensen herkennen soms vooral wat ze verwachten te horen.”
Ze onderzochten de tas van de baby zorgvuldig. Binnenin vonden ze reservekleertjes, melkpoeder en een klein mapje met medische documenten.
Daar stond een naam op.
Mila Benali.
Geboortedatum: 14 september.
“Dus jij had gelijk,” zei Hélène tegen Claire.
Maar Claire voelde geen opluchting.
Alleen een groeiende onrust.
“Kunnen jullie de moeder vinden?” vroeg ze.
De agent keek naar zijn collega.
“We gaan ons best doen.”
Terwijl zij verder onderzoek deden, bleef Mila bij Hélène in de armen zitten. Het meisje had inmiddels haar kleine handje om Hélènes vinger gesloten.
En toen gebeurde iets onverwachts.
Mila begon te huilen zodra een agente haar wilde overnemen.
Maar toen Hélène haar terugpakte, werd ze vrijwel meteen rustig………….