Toen ik thuiskwam, zette ik Julia voorzichtig op de bank en hielp Saar haar jas uit te trekken.
Geen van beiden zei iets.
Ik knielde voor hen neer.
“Het spijt me,” zei ik.
Saar keek me verbaasd aan.
“Waarvoor, mama?”
“Omdat ik te lang heb gedacht dat zwijgen hetzelfde was als sterk zijn.”
Julia pakte mijn hand.
“Je hebt niets verkeerd gedaan.”
Die woorden deden meer met me dan ze ooit kon begrijpen.
Mijn telefoon begon te trillen.
Wouter.
Daarna Bernadette.
Toen opnieuw Wouter.
Ik nam geen van de gesprekken aan.
Een uur later kwam er een bericht van Wouter.
“Je hebt me voor schut gezet tegenover mijn hele familie. Kom onmiddellijk terug.”
Ik antwoordde slechts…………..