Maar bijna een jaar nadat ik de stichting had opgericht, kreeg ik opnieuw een telefoontje van Robert.
Ik herkende zijn stem meteen.
‘Mélanie, ik moet je iets vertellen.’
Ik zette mijn kop koffie neer.
‘Is er iets mis met de stichting?’
‘Nee. Het gaat om Elliot.’
Mijn hart maakte een sprongetje.
‘Maar Elliot is al…’
‘Ik weet het.’
Robert zweeg even.
‘We hebben een document gevonden dat we eerder niet konden openen.’
‘Een document?’
‘Een verzegelde brief. Elliot heeft uitdrukkelijk gevraagd dat die pas één jaar na zijn overlijden aan jou zou worden gegeven.’
Ik keek naar de kalender…………….