“Raad eens wie het eindelijk heeft gehaald…”
Ik verstijfde.
Die stem…
Dat kon niet.
Langzaam haalde ik de handen voor mijn ogen vandaan en draaide me om.
Mijn adem stokte.
Thomas.
Mijn beste vriend van vroeger.
De jongen die vroeger altijd naast me had gezeten, bij wie ik terechtkon als alles tegenzat en met wie ik zoveel herinneringen deelde.
Maar we hadden elkaar al meer dan een jaar niet gesproken.
Na de dood van mijn ouders had ik iedereen weggeduwd.
Ook hem.
Hij had me talloze berichten gestuurd. Hij had gebeld. Hij had zelfs een keer voor mijn deur gestaan.
Ik had hem niet binnengelaten.
Niet omdat ik hem niet nodig had.
Maar omdat ik bang was dat, als ik iemand toeliet, mijn zorgvuldig opgebouwde muur zou instorten.
“Thomas…” fluisterde ik.
Hij glimlachte.
“Gefeliciteerd, afgestudeerde.”
Ik keek hem ongelovig aan.
“Wat doe jij hier?”
Hij haalde een envelop uit zijn jaszak.
“Je oma heeft me geschreven.”
Mijn hart sloeg over.
“Mijn oma?”
Hij knikte.
“Drie weken geleden. Ze vertelde me dat je vandaag wilde overslaan omdat je dacht dat niemand voor je zou komen.”
Ik keek naar de envelop.
“Waarom heeft ze mij daar niets over verteld?”
“Omdat ze wilde dat je vandaag verrast zou worden………