Er werd stevig op de deur geklopt. Ik opende voorzichtig, en tot mijn verbazing stond de oude vrouw van gisteren daar, maar nu… totaal anders. Haar kleding was schoon, haar houding trots. Achter haar stonden de mannen die haar blijkbaar vergezelden.
Ze glimlachte. “Mag ik binnenkomen?”
Met trillende handen liet ik haar binnen. De kinderen keken nieuwsgierig toe. De vrouw ging aan tafel zitten en legde het kassabonnetje voor zich neer.
“Gisteren gaf u mij eten toen niemand anders dat deed,” zei ze met een warme stem. “Wat u niet wist: ik ben de oprichter van een groot familiebedrijf. Ik wilde met eigen ogen zien hoe mensen reageren op iemand in nood. Velen liepen voorbij, maar u… u zag mij echt.”
Ik wist niet wat ik hoorde…..
