Ik stond met mijn mond vol tanden. Het was duidelijk geen vergissing. Maar ik besloot niets te zeggen, in de hoop dat het hierbij zou blijven.
Dat was naïef.
Binnen een week verschenen er diepe bandensporen op mijn gazon. Het leek alsof iemand expres over mijn gras was gereden. Peter bood de eerste keer zijn excuses aan, maar daarna bleef het gebeuren. Alsof mijn tuin zijn tweede oprit was geworden. Ik slikte mijn frustratie in, maar voelde het kookpunt naderen.
Het breekpunt kwam vorige week. Toen ik thuiskwam, stond zijn auto pal over mijn oprit geparkeerd. Niet een beetje aan de rand, maar compleet, waardoor ik nergens heen kon. Ik belde bij hem aan. Hij deed open, kauwde op een appel en zei luchtig:
“Ach, je kon toch wel even wachten? Ik was bijna weg.”
Dat was het moment dat ik besloot dat genoeg echt genoeg was……
