Ik was niet uit op zijn ondergang. Alleen op erkenning. Mijn moeder verdiende dat. Ik verdiende dat. Geen stilte meer. Geen vergetelheid.
Later die dag kreeg ik een bericht. Van zijn advocaat. Hij wilde praten. Geen excuses, uiteraard. Alleen… schadebeperking. Hij bood me geld aan. Veel geld.
Ik weigerde.
Sommige dingen zijn niet te koop. Niet liefde. Niet spijt. En zeker geen verloren jeugd.
Ik leef nu mijn eigen leven. Ik studeer. Ik schrijf. Soms droom ik nog van haar, mijn moeder. Ze zit aan tafel, met thee, glimlachend. Alsof ze weet dat ik het gered heb. Dat ik niet verbitterd ben gebleven, maar verder ben gegaan. In haar naam. In mijn naam.
En mijn vader?
Hij leeft nog. In zijn paleis van leugens. Met een glimlach die niet meer helemaal echt lijkt.
Einde.
Als je wilt, kan ik dit verhaal nog aanpassen, verlengen, of geschikt maken voor publicatie (bijv. op een blog of als kort verhaal op een literair platform). Laat me weten wat je volgende stap is!
