Ttd

 

Elke avond, tijdens mijn wandeling met mijn hond Max, zag ik hen daar: twee kleine tweelingmeisjes, niet ouder dan acht jaar, die altijd op hetzelfde parkbankje zaten. Ze droegen versleten jassen, hun haren waren slordig, en hun schoenen leken te groot voor hun voeten.
Wat me vooral trof, waren hun ogen — groot, donker en verdrietig, alsof ze te veel hadden gezien voor hun leeftijd.

De eerste dagen dacht ik dat hun ouders gewoon even verderop zaten. Maar er kwam nooit iemand.
Geen vader, geen moeder, geen volwassene in zicht.

Na een week begon ik me echt zorgen te maken. Elke avond, rond dezelfde tijd, zaten ze daar — stil, hand in hand, met een plastic zakje tussen hen in. Wanneer het begon te schemeren, stonden ze op en verdwenen in de richting van de oostelijke uitgang van het park.

Op een avond besloot ik hen te volgen.

De achtervolging

Ik hield afstand, zodat ze zich niet zouden bedreigd voelen. De straatverlichting flikkerde toen ze langzaam de wijk inliepen. Het was koud, en de meisjes droegen dunne jasjes. Mijn hart kneep samen toen ik zag dat hun zakdoekjes dienden als handschoenen.

Na een paar minuten sloegen ze een smalle zijstraat in — een plek waar ik zelden kwam. De huizen waren oud, de ramen gebarsten. Ze stopten voor een vervallen gebouw met een roestige metalen deur. De oudste — of in ieder geval degene die iets groter leek — haalde een sleutel tevoorschijn………

lees meer op de volgende pagina

Laisser un commentaire