Hij nam hem aan, scheurde hem open — en plotseling verstijfde hij. Alle kleur trok uit zijn gezicht.
« Wie… wie heeft je dit gegeven? » vroeg hij schor.
« Je moeder, » antwoordde ik. « Ze zei dat ik het moest doorgeven. »
Aaron keek me aan met een blik die ik nog nooit bij hem had gezien — paniek, angst, ongeloof. Hij vloekte zacht en liep haastig naar binnen. Ik volgde hem, mijn hart bonsde in mijn borst.
In de garage bleef hij eindelijk staan. Zijn handen trilden.
« Aaron, wat is er aan de hand? » vroeg ik.
Hij slikte moeizaam. « Je… je begrijpt het niet. Ze had me beloofd dat ze dit nooit zou doen. »
« Wat bedoel je? Wat staat er in die brief? »
Hij aarzelde, keek me aan met vochtige ogen. « Het gaat niet over geld. Het gaat over… over mijn verleden. »
Mijn adem stokte. « Je verleden? »
Hij knikte langzaam. « Toen ik twintig was, had ik een relatie… vóór ik jou kende. Ze raakte zwanger, maar ze verdween plotseling. Mijn moeder wist ervan. Ze beloofde me dat ze het zou vergeten, dat ze het geheim zou houden. Maar blijkbaar… » Hij hield de brief omhoog, « …heeft ze contact gehad met haar. En nu… nu is ze terug. »
Ik voelde hoe mijn hart zakte. « Wat bedoel je met terug? »
Hij vouwde de brief open en liet me de eerste zin zien. In sierlijke, vrouwelijke letters stond er:
“Aaron, je zoon wordt morgen dertien. Hij wil zijn vader ontmoeten.”
Een stilte vulde de ruimte. Alleen het gezoem van de koelkast was hoorbaar…….