Ik kon niet geloven wat ik hoorde.
Mijn keel trok samen. “Je… wat?” fluisterde ik.
Tracy draaide zich langzaam naar me om, terwijl haar gouden oorbellen rinkelden.
“De piano, schat. Dat stoffige ding nam te veel ruimte in. En niemand speelde erop. Ik heb hem verkocht aan een antiekwinkel in de stad. Je moet niet zo dramatisch doen.”
Ik voelde hoe mijn ogen prikten.
“Dat was van mama!” schreeuwde ik.
Ze glimlachte dun. “Was. Verleden tijd. We moeten vooruitkijken, niet vastzitten in herinneringen.”
Ik stormde de trap op, sloeg de deur van mijn kamer dicht en liet me op bed vallen. De muren leken te trillen van woede en verdriet.
Ik hoorde haar beneden bellen, lachen. Alsof ze net een overwinning had behaald.
Maar ze had geen idee wat ze had losgemaakt.
—
De volgende ochtend wachtte ik tot ze de deur uitging voor haar wekelijkse beautysalon-afspraak. Zodra ik haar auto hoorde vertrekken, sprong ik in de mijne en reed ik naar de antiekwinkel.
Het uithangbord wiegde zacht in de wind: “Oude Schatten – Kopen & Verkopen”.
Binnen rook het naar hout en herinneringen.
Een oudere man achter de toonbank keek op. “Kan ik u helpen, jongedame?”
“Ja,” zei ik haastig. “Er moet hier gisteren een piano zijn binnengebracht. Zwart, antiek, met een klein krasje aan de linkerkant.”
De man glimlachte. “Oh, dat prachtige stuk! Gelukkig was ik slim genoeg om het nog niet te verkopen. Ik had het gevoel dat het iets bijzonders was……….